filtratie-techniek
Waterfiltratie: welke methode past bij jou?
Welke waterfiltratie methode past bij jou?
Kraanwater in Nederland is veilig om te drinken, maar "veilig volgens de norm" en écht zuiver zijn twee verschillende dingen. Ook goedgekeurd leidingwater kan stoffen bevatten die de laatste jaren steeds meer aandacht krijgen: (korte keten-) PFAS, micro- en nanoplastics, medicijnresten, pesticiden, zware metalen en nieuwe opkomende stoffen.
Steeds meer mensen willen daar zelf iets aan doen — en dan kom je al snel termen tegen als 'actieve kool', 'ultrafiltratie', 'omgekeerde osmose' en 'nanofiltratie'. Lees verder om in gewone taal te achterhalen wat die technieken inhouden, zodat je zelf beter kunt inschatten welke aanpak bij jou en je eigen water past.
En als het kraanwater al - bacteriologisch- veilig is?
Over het algemeen is het Nederlandse kraanwater bacteriologisch veilig en wordt er geen fluoride of chloor aan toegevoegd. Daarom heeft het een goede reputatie. De faam is echter wel achterhaald (internationaal onderzoek toont dit aan) en zorgelijke vervuilingen zijn er in allerlei soorten en maten.
Rivierwater kan regelmatig niet worden gebruikt door de zuiveringsbedrijven, omdat er te veel vervuilende stoffen in zitten. Door medicijnen, drugs en schoonmaakmiddelen uit woningen, maar ook door kunstmest of pesticiden uit de landbouw of vervuilende stoffen uit de industrie. Soms mogen mensen even geen water drinken zonder het eerst te koken, door bacteriën – in het bijzonder de ‘poepbacterie’ e.coli.
Drinkwaterbedrijven controleren op een vaste lijst stoffen en houden zich aan wettelijke normen. Die normen lopen niet altijd gelijk op met vernieuwende inzichten en normen kunnen ook worden bijgesteld. Daarbij is niet alles dat in het water belandt technisch al detecteerbaar of al genormeerd om te gaan monitoren.
Stoffen zoals PFAS (een groep chemicaliën die nauwelijks afbreekt en zich opstapelt in lichaam en milieu) en nanoplastics en/of nieuwe "zeer zorgelijke stoffen" staan pas sinds kort in de belangstelling. Veel bestaande waterfilters zijn daar simpelweg niet op gebouwd. Wie zeker wil zijn dat dit soort stoffen ook echt uit het water zijn, zoekt daarom naar geavanceerde filtratietechnieken.
NB: het is van belang om te zorgen dat een filter zelf bacteriologisch veilig is! Zorg voor doorstroming, tijdig onderhoud en eventueel gerichte desinfectie.
Zuiveren kan door heel fijn ‘zeven’ of door ‘hechten’
De meeste waterfiltratiemethoden werken volgens hetzelfde basisprincipe: water wordt door een materiaal met piepkleine openingen geperst of langs hechtend materiaal. Wat groter is dan die openingen, blijft achter; het water zelf stroomt erdoorheen. Het verschil tussen filtermethoden zit vooral in hoe fijn die zeef is en van welk materiaal die gemaakt is. Hoe fijner de zeef en hoe geavanceerder het materiaal, hoe meer stoffen worden tegengehouden.
Om de 'fijnheid' te kunnen vergelijken, gebruiken fabrikanten meestal de eenheid micron en soms nanometer (een nanometer is duizend keer kleiner dan een micron). De filters waar we het van moeten gaan hebben om echt zuiver water te bereiken, werken op een schaal die duizend en meer keren kleiner is dan microfiltratie.

De drie meest gebruikte filtratiemethoden
1. Actieve koolfiltratie
De bekendste en meest gebruikte methode, te vinden in bijvoorbeeld kannen filters op het aanrecht en onder-de-gootsteen-filters. Actieve kool heeft een poreus oppervlak dat stoffen als chloor, sommige pesticiden en geur- en smaakstoffen "vastplakt" (adsorbeert). Het is een betaalbare en toegankelijke techniek, maar de fijnheid van de filtering is beperkt: een standaard koolfilter houdt doorgaans alleen deeltjes tegen vanaf ongeveer 0,1 micrometer. Fijnere of niet-hechtende verontreinigingen stromen er doorheen. Daarnaast worden vervuilingen opgespaard en dit is niet gunstig voor het water dat er langs stroomt.
2. Omgekeerde osmose
Dit wordt (naast distillatie) gezien als de meest grondige filtratiemethode. Water wordt onder hoge druk door een extreem fijn membraan geperst dat vrijwel niets anders dan watermoleculen doorlaat. Het resultaat is zeer zuiver water en een schoongespoeld filtratiemedium. De keerzijde is dat voor elke liter gefilterd water ook (meer of minder) spoelwater wordt afgevoerd en er wordt vaak elektriciteit gebruikt. Daarnaast is dit ultrano-zuivere water arm aan mineralen en of dat wenselijk is, daarover zijn de meningen verdeeld. Dit aspect is overigens te ondervangen door een re-mineraliserende nabehandeling.
3. Nanofiltratie
Nanofiltratie zit qua fijnheid tussen actieve kool en omgekeerde osmose in, maar bepaalde geavanceerde varianten combineren de fijnheid van omgekeerde osmose met de eenvoud van een koolfilter — zonder elektriciteit of waterverspilling. Dit is mogelijk door actieve kool op een andere manier te bewerken, waardoor het materiaal veel fijnere poriën krijgt dan een standaard koolfilter. Zo'n filter houdt niet alleen chloor tegen, maar ook stoffen als PFAS, medicijnresten en microplastics.

Wat betekent dit voor jouw water?
Waar de technieken in verschillen, is hun vermogen om de stoffen te verwijderen waar mensen zich tegenwoordig het meest zorgen over maken: P-/TFAS, medicijnresten, micro-/nanoplastics en bestrijdingsmiddelen.
Hoe fijner de filtratie, hoe groter dat vermogen doorgaans is. Diepgaande zuivering is nodig en nieuwe (gecombineerde) technieken dienen zich aan, zowel bij de drinkwaterleidingbedrijven als voor thuis of in het bedrijf.
